maandag 25 februari 2008

Eindelijk werkelijk in Uganda

Zondagmorgen, 24 februari 2008, een memorabele dag.

Hartstikke vroeg moesten we al op, om 08:00 a.m. (ik moet Engels gaan denken) moesten we weg.
We waren om 08:30 a.m. weg, maar het was natuurlijk ruim op tijd. Eén maal door de douane bedacht ik me dat Hanneke en Daniel geen idee hadden waar ik zat, dus ik heb ze gebeld met de betaaltelefoon en zo hebben we tot de pushback contact gehouden. Heel bijzonder.

De vlucht was in eerste instantie boven een gesloten wolkendek. Maar daarna realiseerde ik me het verschil met andere vluchten die ik eerder maakte: op en neer naar Amerika of op en neer naar Afrika in het donker.
Ik heb werkelijk enorm genoten van Duitsland. De Alpen via Innsbruck waren fenomenaal. Inclusief de Mont Blanc die werkelijk boven alles uitstak, zelfs vanuit het perspectief van een verkeersvliegtuig op 12 kilometer hoogte. De Po-vlakte was geheel volgens traditie gehuld in de mist. Daarna kwam ik erachter dat mijn roodharige buurman een Italiaan van Napels was. Die moest die ochtend eerst van Napels naar Amsterdam vliegen om naar Entebbe te kunnen. Dan boffen we in Haarlem nogal ...........................................

Na Napels was het volgende herkenningspunt de Etna, die ook nog enigszins aan het roken was. Dat is ook een heel hoge berg zeg, met sneeuw en al.

Grappig was dat er veel vliegverkeer was. Vaak kruisend verkeer. Dan kijk je uiteindelijk iemand in zijn uitlaatpijp. Vanaf de grond ziet zo’n contrail er prachtig goud uit. Maar op dezelfde hoogte zie je je wat er gewoon uitkomt: bruine, vieze troep. Wat doen we onze planeet aan?

Dan volgde de lange oversteek naar Ben Ghazi. Ik had plaatjes gezien van vruchtbare vlakten in Noord Afrika. Maar Ben Ghazi hoort daar niet bij. Laten we zeggen dat ze daar een behoorlijk breed strand hebben, waar je je geen zorgen hoeft te maken over de beschikbare plaatsen.

Ik ben van A tot Z aan mijn raampje blijven kleven. Ik was zó benieuwd of ik ook een oase zou zien.

Het is een zandbak die elke beschrijving overtreft. Soms denk je dat je een half uur boven een wazig geel vliegt waar je als gevolg van heiigheid geen grondzicht hebt, totdat ineens een rots kenbaar maakt dat het tot dan toe gewoon glad zand was.

Eens per uur zie je iets wat op een weg lijkt. Eén keer zag ik iets ongedefinieerds, maar echt wel menselijk gecultiveerd.

Tot het duister viel was het een zandbak en meer niet. Geen mens te zien.

De zonsondergang vanaf 12 km is trouwens erg boeiend. Je ziet de lichtcirkel op aarde zich echt verplaatsen naar het westen. En tussen de kleur oranje en blauw zie je ook de kleur groen nadrukkelijk verschijnen. Heel bijzonder.

Lybië en daarna Sudan. Interessant was dat je kon zien dat ze tussen Kenya en de Centraal Afrikaanse Republiek doorvlogen. Daar hadden ze bijvoorbeeld voor de CAR de plaatsnaam Obo, waar ik in de buurt vaak ben geweest. Voor Kenya hadden ze Lodwar, waar namens Piloten zonder Grenzen Niels van der Linden vliegt.

En zo arriveerden we op Entebbe. Een beetje griezelig, want normaal zie je in de nadering een toename aan lichtjes. Afgezien van een enkel kampvuurtje zag ik niks. Maar je hoort het landingsgestel met een klap locken. Je hoort de flaps met de spindelmotoren uitdraaien. En je kijkt naar buiten en je ziet niks. Je voelt het ding vertragen en je voelt de invalshoek toenemen. En je ziet nog steeds niks. Dan hoop je maar dat zij daar voorin een baan in het oog hebben.

Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen. Anders hadden jullie dit ook niet gelezen natuurlijk. Vervolgens konden we via twee trappen (luxe!) uitstappen en overviel me een enorme rust. Want elke vergelijking met de CAR viel positief uit.

Georganiseerd en niet chaotisch was de eerste indruk. Geen overbodig personeel. Gewoon de passagiers en verder niemand.
Het visum wat je daar moet kopen: $50 volgens opgaaf en geen enkel punt. Ik had 110 dagen opgegeven omdat mijn ticket dat aangaf. De betrokken ambtenaar gaf aan dat 90 dagen max was, maar zeurde niet verder. Daarna heb ik geen douane meer gezien, dus mijn kilo’s contrabande gingen ongezien van boord. Op Schiphol heb ik wel eens lang moeten wachten op mijn koffer. Hier was mijn koffer binnen vijf minuten in beeld.

Nu was het natuurlijk spannend of ik contact kon maken met degeen die mij stond op te wachten. Ik zag een heleboel mensen met bordjes met namen en ik trof binnen tien seconden iemand met mijn naam – foutloos gespeld.

James was de company taxi driver en allervriendelijkst. Ik wilde rechts instappen, maar daar zit hier de bestuurder .......................

De begroeting was: handgeven en dan overpakken tot je elkaars duim hebt. Ik vraag me af of ze ook vingerknippen en hoofd butsen zoals in de CAR. Dat doen ze met vreemdelingen natuurlijk niet. Ik zal het op een rustiger moment eens vragen.

Ook na de douane was het niet een zooitje ongeregeld zoals in de CAR. Niet een kudde mensen die over je heen valt om je bagage te dragen of gewoon om je te bestelen. We konden ongestoord naar de auto lopen.

En de weg ... het was een gewone weg. Sterker nog: het was een vierbaansweg. “Ben ik echt wel in Afrika?” vroeg ik mezelf af.

Het rijgedrag van James liet – naar Europeaanse maatstaven behoorlijk te wensen over. Kleven was hier echt niet meer de term. Elke keer dacht ik dat hij opzettelijk een aanrijding ging veroorzaken.
Hij heeft de 35 km naar Kampala zijn rechterknipperlicht niet uitgezet. Uiteraard lopen er veel wandelaars en fietsen er veel (onverlichte) fietsers en rijden er veel (onverlichte) motorrijders (het hele gezin op één motor). Bovendien hebben alle tegenliggers (inmiddels tweebaans) groot licht op.
Wilde busjes stoppen en rijden weer aan zonder richting aan te geven.
Maar zelfs in het donker kon ik zien dat er overal alleen maar mooie huizen stonden en dat het prachtig heuvelachtig was.
Er staan niet op elke kruising dronken militairen met kalashnikovs. Ook geen idem politieagenten. Heel rustgevend! Dat was in de CAR wel anders. Desgevraagd komen politie noch militairen na zonsondergang in actie.

Uiteindelijk – via toch nog een paar kilometer onverharde weg – ben ik gearriveerd.
Ik was een beetje benauwd dat ik in een superdeluxe jetset achtige setting zou arriveren.
Het hek werd opengedaan door iemand in een streepjespyama. De rest was ook een prettig, niet geairconditioned zooitje, waar ik me meteen thuis voelde.
Vlak daarop werd ik verwelkomd door Emma, één van mijn bazen. Of ik zin had om meteen aan te schuiven bij een feest, een paar deuren verderop? Tim – mijn andere baas - was daar ook.
Nou, daar had ik geen trek in. En Emma ging ook niet. Dus nodigde Emma mij uit om bij haar even uit te blazen.
Ze had Jameson Irish whiskey. Kost in Ierland dertig euro. Kost hier US$18. Bovendien had ze lekkere zwarte thee, want ik was in dat KLM vliegtuig wel heftig uitgedroogd.
En ze had een mobieltje, zodat ik Hanneke en Daniel kon bellen dat ik gearriveerd was.
We hebben nog ontzettend gezellig zitten kletsen tot twaalf uur – tien uur Nederlandse tijd – en toen vond ze het wel mooi. Zij moest om 06:00 a.m. weer op!

Mijn slaapkamer bevindt zich op de eerste verdieping. Het huis staat op een heuveltop en mijn kamer heeft aan drie kanten ramen. Dat zijn van die glazen shutters met gaas. Alle shutters staan natuurlijk open, dus het waait prettig door. Vanuit mijn kamer – met balkon – heb ik uitzicht op het Victoriameer. Het Victoriameer ligt op een kilometer boven zeeniveau en op onze heuvel zitten we daar weer een paar honderd meter boven, dus het is goed uit te houden. Toen we op Entebbe arriveerden was het daar 24 graden en volgens Tim is dat zo’n beetje de standaard temperatuur.

Geen opmerkingen: